Kunstwerken van Simon Vinkenoog

Toont alle 5 resultaten

Over Simon Vinkenoog

Simon Vinkenoog (Amsterdam, 18 juli 1928 – aldaar, 12 juli 2009) was een Nederlands schrijver, dichter en voordrachtskunstenaar.

Levensloop
Jonge jaren
Vinkenoog werd op 18 juli 1928 om 9:10 uur geboren als enig kind van Hendrik Albertus Vinkenoog en Anna van Meel. Na de scheiding van zijn ouders in 1937 groeide hij op bij zijn moeder in de Amsterdamse wijk De Pijp.

In 1944 behaalde hij zijn Mulo-diploma en trad hij in dienst van uitgeverij Querido. Hij verwekte een kind, trouwde en trok in bij zijn schoonmoeder. Binnen een half jaar liep de relatie stuk en verhuisde Vinkenoog terug naar het huis van zijn moeder. In 1948 ging hij met zijn aanstaande tweede vrouw, de acht jaar oudere Judith, naar Parijs waar hij ging werken voor UNESCO, als medewerker op de afdeling boeken en publicaties.

Vijftigers
Op 21-jarige leeftijd begon hij het Nederlandse literaire blad Blurb. De titel verklaarde hij als volgt: “Wij geloven niet meer in het vinden van scabreuze woorden in nog niet bestaande woordenboeken en wij hebben dus gekozen: blurb. Waarvan één betekenis gebrabbel is”. Over zijn uitgangspunten schreef hij: “Onze mogelijkheden zijn nog ongelimiteerd, al moeten wij ons verdedigen tegen uiterst links en uiterst rechts en nochtans het gevaarlijke midden mijden”.

In de periode 1950-’51 verschenen van dit blad acht nummers, gestencild en in kleine oplage. Tot nr. 4 gaf Vinkenoog het tijdschrift vanuit Parijs als eenmanspublicatie uit. Daarna werkten andere experimentele schrijvers mee, zoals Hans Andreus, Armando, Hugo Claus, Lucebert en Paul Rodenko. Ook werd werk van Jan Hanlo en W.F. Hermans in het blad gepubliceerd, evenals poëzie van de in 1950 jong gestorven Hans Lodeizen.

Op 1 juni 1951 verscheen het achtste en laatste nummer met de woorden: “Laten we het mooi houden, er vooral geen literatuur van maken”. Samen met Braak luidde Blurb het tijdperk van de Vijftigers in. In 1951 publiceerde Vinkenoog de roemruchte bloemlezing Atonaal, die geldt als het eerste publieke manifest van de Vijftigers, die zich atonale dichters noemden.

In 1950 debuteerde hij als dichter met Wondkoorts in de poëziereeks De Windroos.

5